Landgoed Kasteelhoeve Cartils

Kasteelhoeve Cartils


De naam Cartils is afgeleid van het Latijnse woord “cortilis” hetgeen betekend “bij een curtis (leengoed, hof of hofstede)” behorend. Plaatsnaamkundig moet deze naam dan ook ontstaan zijn in de Karolingische tijd; de 8ste of 9de eeuw. Waarschijnlijk was er destijds sprake van een grote hoeve.

De oudst bekende afbeelding van kasteel Cartils en de aangrenzende kasteelhoeve dateert van 1613 en laat een omgracht kasteel zien met twee zware hoektorens een ommuring en een poortgebouw, de kasteelhoeve bestaat uit een aan drie kanten gesloten carré boerderij met eveneens een poortgebouw.

Cartils was een Keizerlijke rijksheerlijkheid of wel een vrije heerlijkheid, echter van zeer geringe omvang, een van de kleinste in het uitgestrekte Duitse Rijk. Een echt dwergstaatje.

Gedurende vele eeuwen is het kasteel en de kasteelhoeve in het bezit geweest van de adellijke familie Hoen van Cartils, de laatste vrijvrouwe uit het geslacht Hoen van Cartils; Marie Anne Henriëtte gravin Hoen van Cartils stierf in 1772 en liet de vrij heerlijkheid Cartils, bestaande uit het kasteel, de kasteelhoeve en omringende landerijen na aan haar neef Jacques Ignace graaf de Liedekerke.

De familie de Liedekercke verkocht in 1847 het goed aan Christiaan Frijns, via zijn zoon Theodoor Frijns en zijn kleindochter Elisabeth Frijns komen kasteel en kasteelhoeve in 1907 in het bezit van de familie Janssen de Limpens. Na het overlijden van Mr. Karel Janssen de Limpens in 1980 worden kasteel en kasteelhoeve van elkaar gescheiden en komen zij in het bezit van verschillende eigenaren.

De huidige eigenaar van de kasteelhoeve Cartils is de familie Hupperichs welke er sedert 1980 woonachtig is.


Van de oorspronkelijke vroeg 17de eeuwse kasteelhoeve zijn slechts enkele muurfragmenten bewaard gebleven, het complex van de huidige kasteelhoeve bestaat merendeels uit 19de eeuwse onderdelen.

De grote graanschuur of tiendschuur heeft een rechthoekig grondplan en dateert van rond 1860. Het huidige woonhuis van de kasteelhoeve dateert, baserende op de typische in baksteen uitgevoerd gewelfde kelder, uit 1850-1860. Het complex van de kasteelhoeve bestaat verder uit een iets ten zuiden van de woning en grote graanschuur gelegen rundveestal welke in 1905 gebouwd werd.

In 1994 tenslotte werd door de huidige eigenaar  vlak naast de rundveestal uit 1905 een nieuwe moderne rundveestal gebouwd, beide gebouwen verloren in 2010 hun functie en hebben thans geen agrarische bestemming meer.


De vanuit het noorden slingerend over het terrein van de kasteelhoeve lopende grindweg vormde tot 1883, het jaar waarin de grachten gedempt werden en de huidige oprijlaan gerealiseerd werd de hoofdtoegangsweg tot het kasteel en kasteelhoeve. Deze grindweg is thans in het kader van het landgoed opengesteld voor wandelaars en fietsers. Erf, gebouwen en tuinen van de kasteelhoeve zijn niet vrij toegankelijk daar zij privé bewoond worden door de familie Hupperichs.


  

TALUD STOOMTRAM

Vlak ten oosten van de  kasteelhoeve Cartils ligt de talud van de voormalige stoomtramlijn, deze tramlijn verbond Maastricht via Gulpen met Vaals. Een zijspoor liep van Gulpen naar het spoorwegemplacement in Wijlre waar het aansloot op de spoorlijn Maastricht-Aken. Het baantracé bij Cartils maakte deel uit van dit zijspoor, de aanleg van het traject vanaf het station in Wijlre via Cartils naar Gulpen begon in 1921, de opening van het baanvak Wijlre-Gulpen-Vaals vond plaats op 28 Juni 1922. Het baanvak Gulpen-Maastricht werd geopend op 16 Maart 1925. De tramlijn werd geëxploreerd door de Limburgsche Tramweg-Maatschappij (LTM) en had een lengte van 27 kilometer. Men moest enkele kunstwerken bouwen om de hoogteverschillen te overbruggen, waaronder het 17 meter hoge en 612 meter lange Gulpdalviaduct.

Tegenvallende resultaten als gevolg van de economische crisis van de jaren dertig en de concurrentie van particuliere autobusdiensten hadden tot gevolg dat er op 5 April 1938 een einde kwam aan de stoomtramexploitatie, het jaar daarop werden de sporen opgebroken.

De hoge talud achter de kasteelhoeve was noodzakelijk om achtereenvolgens de Eyserbeek, de Wittemer Allee en de Geul te kruisen en is thans nog steeds een duidelijk herkenbaar element in het landschap en maakt thans deel uit van het Landgoed Kasteelhoeve Cartils doch is echter niet in zijn geheel vrij toegankelijk. Een deel van de talud en een klein voormalig viaduct liggen echter vlak naast een van de wandelwegen en zijn van hier uit goed te zien.

Het kleine viaduct diende oorspronkelijk als doorgang voor het vee onder de talud door naar de er achter gelegen weilanden. In 1950 werd het  in onbruik geraakte viaduct aan beide zijden afgesloten door een in baksteen uitgevoerde uitbouw en diende vervolgens tot circa 1970 als koele bewaarplaats voor het fruit afkomstig uit de hoogstamboomgaard welke vlak achter de tramtalud gelegen was.